Minister Dijsselbloem meldt vandaag dat hij geen aanleiding ziet voor extra onderzoek naar hoe de afdelingen bijzonder beheer van banken met MKB-bedrijven zijn omgegaan. Dit staat de lezen in een brief naar de Tweede Kamer van vandaag en wordt op basis van het eerste verkennende onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) geconcludeerd.

Dit verkennende onderzoek werd door de AFM afgekondigd naar aanleiding van de aanhoudende klachten van het MKB t.a.v. de afdeling bijzonder beheer van met name de grootbanken. Na dossieronderzoek van 94 MKB’ers zijn er geen aanwijzingen gevonden dat de banken van bewuste benadeling, zoals werd gesteld door een deel van de MKB’ers.

Kritiek op onderzoek

Een aantal MKB-adviseurs meenden dat dit onderzoek van de AFM niet goed was uitgevoerd, maar daar wil Dijsselbloem niet aan. De 94 dossiers zijn op zodanige wijze geselecteerd dat zij het hele MKB representeren: alle grootten, sectoren en fases waarin in een bedrijf zich bij de afdeling bijzonder beheer bevindt, zijn aanwezig. Daarnaast zijn de betrokken adviseurs in staat gesteld hun zegje te kunnen doen bij het AFM

Dijsselbloem meent echter wel dat de banken beter moeten communiceren naar het de bedrijven die reeds in bijzonder beheer zitten of die zich in de gevarenzone bevinden. De AFM heeft al aangegeven dit op de voet te volgen. De banken hebben in ieder geval toegezegd hieraan te zullen werken.

Achtergrond

Vanwege de crisis is het aantal bedrijven dat te maken heeft met de afdeling bijzonder beheer fors toegenomen, zo valt te lezen in de brief die Dijsselbloem vandaag de Kamer heeft doen toekomen.. Zo’n 10% à 20% van de MKB-bedrijven bevindt zich in inmiddels bij bijzonder beheer. Een verdere indicatie voor de stijging van dit getal is het aantal medewerkers werkzaam bij afdelingen bijzonder beheer: dit is sinds 2008 verdubbeld naar 1500.