De regels omtrent het detacheren van buitenlandse werknemers in Europa worde geherevalueerd naar aanleiding van klachten ten aanzien van mogelijke verdringing op de arbeidsmarkt door dit detacheren.

Eurocommissaris Marianne Thyssen stelde afgelopen donderdag al dat het detacheren niet kan leiden tot sociale ‘dumping’, daarbij dus een standpunt innemend indachtig de klachten.

Oost-Europa

Met name Oost-Europese werknemers zijn hier ‘debet’ aan: doordat hun werkgevers onder andere veel lagere sociale premies hoeven te betalen, hebben ze een aanzienlijk concurrentievoordeel ten opzichte van de dure (Noord) Europese werkkrachten. Gevolg: sommige autochtonen geraken zonder baan doordat deze worden ingenomen door Oost-Europeanen.

Sinds 1996 is de zogenaamde detacheringsrichtlijn van kracht, die het mogelijk heeft gemaakt dat bedrijven aanzienlijk makkelijkere detacheringprojecten konden oppakken in gans Europa. Een deel van deze richtlijn bestond eruit dat zulke werkkrachten, die dus op basis van zo’n detacheringproject in een ander Europees land te werk gesteld werden, wel het daar geldende gebruikelijke marktconforme salaris moeten ontvangen. Echter, de hierboven reeds genoemde sociale premies worden wel in het thuisland afgedragen. In veel gevallen betekent dit nog steeds een concurrentievoordeel per werknemer van enkele honderden euro’s per maand.

Tijdelijk werd permanent

De alarmbellen gingen pas later af. Zo’n detacheringproject was immers tijdelijk en als er al een probleem was, dan zou dat dus tijdelijk zijn. Maar veel bedrijven hebben van detacheren hun ‘core’-business gemaakt, wat er onder andere toe geleid heeft dat veel van die gedetacheerden een vaste aanstelling kregen in het land, zo concludeerde ook de Sociaal-Economische Raad (SER).

Dit probleem omtrent detacheren werd onder andere door eurocommissaris Thyssen besproken op een conferentie die ten doel had Europa op termijn socialer te maken. De sociale dialoog is hier een middel toe.

Jean Claude Juncker, ook aanwezig, was duidelijk: “een goed economisch beleid moet samengaan met een goed sociaal beleid. We zijn het rijkste continent en daar hoort de triple-A-status bij op sociaal gebied.”

De crisis van de afgelopen jaren heeft het overleg en de samenwerking tussen verscheidene lidstaten en hun vakbonden onder druk gezet, hetgeen een van de constateringen was waardoor met achtte dat deze conferentie van belang was.

Thyssen had ook nog iets aan te merken op Nederland. Ze stelde: hoewel de wetgeving rondom schijnconstructies wordt aangescherpt, kan de controle op nationaal niveau vele malen beter.